Osteoporose krijgt stilaan juiste plaats in landschap gezondheidszorg
De ontwikkeling van verschillende geneesmiddelen met een bewezen effect op het fractuurrisico betekende een belangrijke stap voorwaarts in de behandeling van osteoporose.
Maar nog belangrijker is het feit dat de aandoening stilaan de plaats krijgt die ze verdient in het landschap van de gezondheidszorg.
“Een belangrijke evolutie in het domein van osteoporose, de voorbije 10-15 jaar was zonder twijfel de ontwikkeling van verschillende geneesmiddelen met een bewezen effect op de fractuurpreventie”, zegt Dr. Stefan Goemaere (UGent). “Bovendien zitten momenteel nog verschillende moleculen met een ander werkingsmechanisme in de pijplijn.”
IDENTIFICATIE RISICOGROEP
Maar het allerbelangrijkste is volgens Stefan Goemaere dat men osteoporose steeds beter weet te plaatsen waar de aandoening hoort in het landschap van de gezondheidszorg. “Lange tijd was dat anders en werd osteoporose niet erg fel naar voren geschoven.” De problematiek van osteoporose houdt nu eenmaal verband met de vergrijzing van de bevolking. “En het steeds ouder worden van de bevolking brengt allerlei uitgaven met zich. Het prijskaartje voor de behandeling van osteoporose is daar slechts één aspect van. Aan iedereen een behandeling voor osteoporose geven, zou budgettair geen haalbare kaart zijn”, beseft Dr. Goemaere. “Wel is het interessant om de populatie met een hoog risico goed te identificeren. Dat vergt echter een meer verfijnde diagnostische aanpak.” Tot voor kort baseerde de arts zich alleen op de waarden van de botdensitometrie om een behandeling te starten bij een persoon. “In ieder geval is er nu een evolutie om de diagnose ruimer te bekijken dan met botdensitometrie cijfers alleen.”
FRAX
Intussen werd FRAX ontwikkeld, een nieuw instrument dat snel en op een eenvoudig manier het risico voor een botfractuur berekent. Dit universeel evaluatiemodel voor het fractuurrisico werd ontwikkeld en gevalideerd door een werkgroep van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). Het drukt in een percentage het risico uit voor een botfractuur (heup, pols, bovenarm, wervels) in de tien komende jaren. “Belangrijk is dat FRAX ruimer gaat dan alleen de botmeting”, zegt Stefan Goemaere. “Er wordt voornamelijk klemtoon gelegd op éénvoudige klinische risicofactoren als ‘case finding’ in de eerste lijn. Dat moet toelaten om de populatie met een hoog risico beter te identificeren.” Ook de reumatoloog speelt een belangrijke rol in de locomotorische nazorg in de post-fractuur status, die als één van de belangrijkste risicofactoren voor een volgende fractuur wordt weerhouden, onafhankelijk van geslacht, leeftijd en BMD waarde. Een ideaal aangrijpingspunt voor secundaire fractuurpreventie.
GEEN TOPPRIORITEIT VOOR WGO
FRAX bestaat maar Dr. Goemaere wijst erop dat de implementatie ervan tijd vraagt. “Dat heeft onder meer te maken met het feit dat het beleid sterk verschilt van land tot land.” Er is dus nog veel werk aan de winkel! Ondanks het feit dat FRAX bestaat en wordt ondersteund door de WGO, schuift diezelfde WGO de aanpak van osteoporose niet naar voren als één van haar belangrijkste prioriteiten. “Hoe dat komt? Er zijn natuurlijk nog heel veel andere aandoeningen die aandacht vergen. En als je het op wereldvlak bekijkt, wordt de verwachting van het toenemend aantal fracturen voornamelijk gedreven door de veroudering van de bevolking in de ontwikkelingslanden. Leeftijd is immers de belangrijkste risicofactor. In de ontwikkelingslanden zijn er natuurlijk niet de mogelijkheden om die medicatie aan iedereen aan te bieden…”
In de Westerse landen, zeker op Europees gebied, wordt er daarentegen wel heel wat actie gevoerd, zowel op politiek niveau als op populatieniveau, en wordt er nogal wat aandacht gevraagd om osteoporose om een hogere prioriteitsschaal te plaatsen. “Daar zijn natuurlijk goede redenen voor want het is een aandoening waaraan je iets kunt doen. En de middelen zijn in het Westen beschikbaar.”
OSTEOPOROSE BIJ MANNEN
Een enigszins aparte problematiek vormt osteoporose bij mannen. Eén vijfde van de mannen wordt er ooit mee geconfronteerd. Het is dus ook in de mannelijke populatie een groot probleem. De risicofactoren zijn dezelfde. “Toch zijn er ook verschillen, in die zin dat mannen gemiddeld minder lang leven dan vrouwen en gemiddeld meer comorbiditeit hebben op het moment dat er zich een botbreuk voordoet.”
De voorbije jaren is er ook voor mannen met osteoporose één en ander gewijzigd. “Sedert een tweetal jaar beschikken we over nieuwe criteria waaraan moet worden voldaan om de therapie voor mannen te kunnen aanvaarden. Momenteel zijn er dus studies lopende met mannenpopulaties, daar waar de studies rond osteoporose aanvankelijk alleen gebeurden bij vrouwen.” •