Spondylartropathie: vooruitgang op vele fronten

Het domein van spondylartropathie boekte de voorbije jaren vooruitgang op verschillende niveaus.

Zowel voor patiënten met spondylitis ankylosans (ziekte van Bechterew) als in de behandeling van psoriasisartritis betekende de komst van TNF-alfa-blokkers een enorme aanwinst. Ook de ontwikkeling van nieuwe criteria voor de diagnose en classificatie van deze aandoeningen of voor het meten van het antwoord op de therapie was bijzonder waardevol.

“Nieuw in het domein van spondylitis ankylosans is in de eerste plaats de nieuwe beoordeling van het antwoord op de therapie”, zegt Prof. Herman Mielants (UGent). “De voorbije jaren werden criteria opgesteld voor bijvoorbeeld het ASAS 20-antwoord, het ASAS 40-antwoord… Ze laten toe om op basis van bepaalde gegevens te bepalen of een patiënt bijvoorbeeld 20% verbetert, of 40% of 70%... of in remissie komt. Die criteria worden inmiddels frequent gebruikt.”

MEER VROEGDIAGNOSE

Een tweede belangrijke evolutie inzake spondylitis ankylosans situeert zich volgens Herman Mielants op het vlak van de diagnose en classificatie. “In tegenstelling tot vroeger proberen we tegenwoordig de diagnose te stellen vooraleer er belangrijke radiologische afwijkingen zijn.” Het tijdsverloop tussen aanvang van de ziekte en het bereiken van duidelijke radiologische kenmerken van sacro-iliïtis (stadium II) bedraagt vier tot acht jaar. “Als we wachten tot dat stadium is bereikt om de diagnose te stellen, verliezen we veel kostbare tijd.”

Voor de diagnose wordt er tegenwoordig een beroep gedaan op de NMR-scan van de wervelzuil maar vooral ook van de sacro-iliacale gewrichten. “Hierbij gaan we op zoek naar ontstekingsverschijnselen.”

Heel recent zijn er ook nieuwe criteria geformuleerd voor de diagnose van axiale spondylartropathie. “Aan de hand van die criteria kun je nu de diagnose veel vroeger stellen terwijl dat aan de hand van de vroegere New York criteria slechts in een later stadium mogelijk was.”

AANTAL HOSPITALISATIES DRASTISCH GEDAALD

Derde belangrijke vernieuwing is volgens Herman Mielants vanzelfsprekend de komst van de biologicals. “Deze medicatie heeft een enorme invloed, zowel op de pijn, de levenskwaliteit als het functioneren van patiënten met spondylartropathie.”

Het effect van deze biologicals is, aldus nog Herman Mielants beter dan bij reumatoïde artritis. “Dat heeft onder meer te maken met het feit dat de klassieke basistherapie geen effect heeft op de rugmanifestaties bij spondylitispatiënten.” Op die manier worden schitterende resultaten bereikt. “Het doet denken aan de periode toen cortisone werd geïntroduceerd. Alleen heeft anti-TNF-therapie veel minder bijwerkingen dan chronische corticotherapie. Het leven van deze patiënten is helemaal veranderd. Zelfs patiënten met een bijna volledig verstramde wervelzuil hebben nog altijd winst bij deze medicatie. Ze voelen zich subjectief veel beter.”

Wat de terugbetaling betreft, moet de patiënt voorlopig beantwoorden aan de New York-criteria. “In de toekomst hopen we de terugbetaling te kunnen koppelen aan de nieuwe criteria zodat de patiënten ook vroeger in aanmerking komen voor de behandeling.”

De Belgische onderzoekers hebben in belangrijke mate bijgedragen tot het onderzoek naar de effecten van biologicals bij spondylartropathie. “Wij waren samen met een groep uit Berlijn de eersten die anti-TNF hebben toegediend bij deze patiënten.”